Twee Buijs-projecten openen de deuren op de open-monumentendag 2011
Ons huis - Brugge
De laatste decennia werd het pand Sint-Clarastraat 67 gebruikt als jeugdlokalen en buurtcentrum door de Vereniging Dekanale Werken Brugge. Toen deze functie verdween, werd de Stedelijke Dienst Monumentenzorg geconfronteerd met de vraag of het gebouw gesloopt kon worden. Uiteraard werd dit ongunstig geadviseerd.
Ook vragen om het in te richten met studentenkamers werden afgewimpeld en de opluchting was groot, toen bleek dat de nieuwe eigenaar er een private woning wilde inrichten met respect voor het bestaande pand.
De randvoorwaarden voor de restauratie waren van in het begin duidelijk. Het hoofdvolume diende gerestaureerd te worden, de ruimtelijkheid en decoratie van de voormalige kapelzaal op de eerste verdieping moesten optimaal behouden blijven. De recentere bijgebouwen in de voortuin bleken niet waardevol en werden afgebroken.
De nieuwe eigenaar was bijzonder gecharmeerd door de vroegere ‘kapelzaal’ en zal deze inrichten als loftwoning.
Gesloten ruimtes als bergingen en sanitair worden als losse ‘box’ geconcipieerd. Binnen de ruimte worden onder de gewelven twee mezzanines voorzien. De master bedroom zelf zal het hoogtepunt vormen en komt in de rijker gedecoreerde absis waar eertijds het altaar stond.
Op de gelijkvloerse verdieping wordt een atelier met gastenkamer voorzien. Op de plaat van de gesloopte bijgebouwen zal er een nieuwe aanbouw komen, geïnspireerd op een klassieke orangerie en maximaal op de binnentuin georiënteerd. De tuin wordt een afwisseling van groene en verharde zones.
Zoals vooropgesteld werd de eigenheid van het hoofdvolume behouden. De gevel werd gereinigd en waar nodig hersteld. De voornaamste ingreep was het samenvoegen van de twee meest rechtse traveeën tot één poortopening.
Op die manier kunnen ook grotere objecten van en naar het atelier gebracht worden. Door de poort zorgvuldig in te passen in het bestaande ritmering van het metselwerk, is dit zeker niet storend.
Het bestaande schrijnwerk was banaal en deed afbreuk aan het geheel. De originele kruisramen met een kleine roedeverdeling, nog te zien op een foto uit 1904, waren verdwenen. In de kapelzaal werden zij (bij de overgang naar congregatie in 1932?) opmerkelijk genoeg vervangen door neogotische kruisramen met spitsbogen en glas-in-lood-invulling. Deze waren op hun beurt al vervangen door sober schrijnwerk met dubbel glas, maar wel nog allemaal aanwezig in het pand.
In eerste instantie werd er dan ook van uitgegaan dat deze ramen konden gerestaureerd en herplaatst worden. Zij bleken echter van erg bedenkelijke kwaliteit en in te slechte staat om ze te recupereren. Omdat ook een reconstructie van deze ramen niet erg zinvol is,
werd geopteerd voor sobere kruisramen, geïnspireerd op de originele, zij het zonder de kleine roedeverdeling. Voor deuren, poort en luiken is voor een eenvoudig type met een verticale beplanking gekozen.
De boeiende kapelzaal vroeg veel denkwerk en inspanningen.
Het pleisterwerk van de spitsbooggewelven was op vele plaatsen gescheurd en aangetast door vocht en zwammen. Gezien de sobere afwerking (onversierd pleisterwerk op rinkellatten) en de problematiek van de eveneens aangetaste draagstructuur, werd beslist deze te ontmantelen en te herpleisteren op een stucanet-drager. De uitvoerig versierde delen (absis, roosters, sierlijsten en ribben) blijven vanzelfsprekend behouden.
De definitieve kleurstelling en integratie van de meest in het oog springende beschilderingen wordt verder geëvalueerd tijdens de uitvoering.
Ir.arch. Joris Nauwelaerts,
Dienst Monumentenzorg

Lisseweghe statie
Het station van Lissewege is een typisch laat 19de eeuws ‘Belgisch’ stationsgebouw (standaardtype uit 1895). De laatste decennia werden er meerdere gesloopt omdat veel stopplaatsen werden afgeschaft. Ze zijn nochtans interessante en fraaie getuigen van ons industrieel en architecturaal verleden en zoals dit voorbeeld hier aantoont ook perfect herbestembaar.
't leegstaande en stilaan sterk verwaarloosde stationsgebouw in Lissewege werd gelukkig in2003 als monument beschermd omwille van de industrieelarcheologische waarde en zou nu een veilige toekomst tegemoet moeten gaan.
De nieuwe eigenaars restaureerden het gebouw in 2010-2011 en herbestemden het als kunstcentrum ‘Artepol’ met galerij of tentoonstellingsruimte, atelier en woongelegenheid.
Op deze OMD kan de bezoeker uitgebreid kennismaken met het verhaal van deze plaats en zijn nieuwe toekomst.
Het is de bedoeling om er het ganse jaar door tentoonstellingen te organiseren. Maar het ‘Art Station’ kan ook een plaats worden voor een klein concert, een poëzielezing of een boekvoorstelling. De officiële opening was op 15 juli 2011.
Het voormalige station is een bakstenen gebouw van één en twee bouwlagen, afgedekt met zadeldaken. De baksteen wordt afgewisseld met natuurstenen en geglazuurde elementen voor de dorpels en de omlijstingen. De vormgeving van vooren achtergevel is identiek.
Rondboogvormige deuropeningen en -vensters ritmeren de gevels.
De twee eindgevels zijn blind, op uitzondering van een oculus ter hoogte van de nok. De gevels worden horizontaal beëindigd met een muizentandlijst.
Oorspronkelijk was het gebouw voorzien van een glazen luifel om de reizigers op het perron te beschermen.
De lampisterie links van het stationsgebouw is in dezelfde stijl. In dit gebouw werden
de treinlampen bewaard, schoongemaakt en bijgevuld.
Het restauratieproject werd opgevolgd door arch. Karel Ingelaere uit Beernem en uitgevoerd door de ‘Group Monument’. Het bewaren van de authenticiteit was het uitgangspunt bij de gevelrestauratie. De gevel is gereinigd met microneveltechniek, beschadigde stenen en voegen zijn hersteld.
Het schrijnwerk vroeg speciale aandacht en werd vernieuwd naar bestaand model, waar mogelijk met dubbele beglazing (op de verdieping). Op de gelijkvloerse verdieping (lokettenzaal,
wachtkamer, kantoor) die als galerij is ingericht, zijn de twee loketten en het loketmeubel op hun originele plaats blijven staan.
Een lovenswaardige restauratie en een aanwinst voor Lissewege.







